Waren de zestiende-eeuwers die in heksen geloofden dom?

Aan het einde van de zomer bezocht ik het zestiende-eeuwse waaggebouw van Oudewater. Het is een prachtig stadsmonument gelegen in de binnenstad van Oudewater dat meer dan vier eeuwen oud is. In het gebouw is een klein museum gevestigd (museum de Heksenwaag) waar aandacht wordt geschonken aan de heksenprocessen van de vroegmoderne periode en hoe de gemeentelijke wegingscertificaten van Oudewater hierin een bevrijdende rol konden spelen.


Heksenwaan

Alhoewel het museum met zijn bescheiden opzet een aantal mooie stukjes lokale geschiedenis aanbood, ging ik toch een beetje teleurgesteld naar buiten. De heksenprocessen worden namelijk niet in een breder cultureel kader geplaatst en in sommige informatiepanelen wordt onze zestiende- en zeventiende-eeuwse voorgangers zelfs onwetendheid en paranoia aangewreven.  

Wat mij betreft had men er goed aan gedaan ook uit te leggen waaróm mensen in heksen geloofden. In veel delen van de wereld is het geloof in heksen namelijk nog steeds een belangrijk deel van de religieuze belevingswereld en uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat heksengeloof helemaal niet irrationeel is.


Nulsomspel

Volgens cultureel-antropologen ontkennen samenlevingen waarin heksengeloof een deel van het geloofssysteem vormt niet zozeer alledaagse oorzakelijkheid maar zoekt men een achterliggende reden achter de directe oorzaak van de tegenspoed. Dit vanuit een algemene tendens binnen de menselijke psychologie om geluk en welvaart als een nulsomspel (zero-sum game) te zien.

Het principe van het nulsomspel werkt als volgt; als er een cake te verdelen is dan zijn idealiter alle stukken even groot. Als één iemand een groter stuk heeft komt dat doordat iemand anders een kleiner stuk heeft. Natuurlijk kun je de verdeling van voorspoed en welbevinden niet vergelijken met het verdelen van een cake maar psychologisch voelt dat wel zo. Het gebrek van de één komt voort uit de overvloed van de ander en er is dus een achterliggende reden voor de tegenspoed die je overkomt.


Vroegmoderne tegenspoed

Deze cognitieve vertekening (cognitive bias) uit zich op veel manieren binnen het menselijke gedrag en verklaart waarom een zestiende-eeuwse tijdgenoot bij grote tegenspoed kon vermoeden dat er een boosaardige partij verantwoordelijk was; een jaloerse buurvrouw, het alleenstaande kruidenvrouwtje buiten het dorp. Men kwam dus niet tot deze conclusie omdat men geen directe oorzaken voor een onverwacht overlijden in de familie of een veeziekte kon aanwijzen, maar omdat men geloofde dat er een achterliggende reden achter de directe reden moest liggen.

zeventiende-eeuws heksenproces in videospel “little hope’

In een kwetsbare vroegmoderne samenleving waar pech en rampspoed een hardwerkende burger aan de bedelstaf kon brengen was het hekserijgeloof één van de manieren waarop de tijdgenoot tegenslagen probeerde te duiden.


Begrip

Het lastige is natuurlijk dat de heksenprocessen van de zestiende en zeventiende eeuw duizenden mensen in vroegmodern Europa het leven hebben gekost. Het is daarom begrijpelijk dat dit historische verhaal vaak teruggebracht wordt tot een evolutionaire ontwikkeling waarin onwetendheid uiteindelijk door de voortgang van de wetenschap en de triomf van de rede overwonnen is. Op deze manier houdt onze omgang met deze erfenis echter iets krampachtigs en moeizaams .

Ik zou daarom voor willen stellen dat men ook buiten de wetenschap de moeite neemt het historische heksengeloof zonder paternalisme onder het voetlicht te brengen en probeert uit te leggen waarom onze vroegmoderne voorgangers vast hielden aan het idee dat hekserij een rol speelde in tegenspoed.


Conclusie

Hekserijgeloof hangt dus samen met een algemeen verschijnsel binnen de menselijke psychologie en is geen teken van culturele achterlijkheid of domheid. Suggesties dat dat wel zo zou zijn doen geen recht aan het intellect en de culturele interpretatiekaders van onze voorouders en van talrijke niet-westerse samenlevingen over de hele wereld. Een kentering in de publieke omgang met het westerse hekserijgeloof zou daarom niet alleen onze waardering voor ons eigen immateriële erfgoed ten goede komen maar ook de verdraagzaamheid richting soortgelijke geloofssystemen in andere culturen.


Bibliografie

Bowie, F. (2006). The anthropology of religion : an introduction. 2nd ed. Malden (Mass.): Blackwell.

Segal, R. Alan. (2006). The Blackwell companion to the study of religion. Malden (Mass.): Blackwell.

Een gedachte over “Waren de zestiende-eeuwers die in heksen geloofden dom?

  1. “uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat heksengeloof helemaal niet irrationeel is”, maar men hoede zich voor de gevolgtrekking dat ‘niet irrationeel’ gelijk staat aan ‘rationeel’. We moeten kennelijk een model van ‘de menselijke geest’ hanteren waarin verschillende compartimenten naast elkaar kunnen functioneren en die per persoon, sociale laag en tijdvak kunnen verschillen, want zij maken deel uit van psycho-culturele processen die mensen in hun samenlevingen doorlopen. Dan kan het geloof in heksen bij éen en dezelfde mens samengaan met het ontwikkelen van algoritmen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s