Oudnederlands op de radio en een 1000 jaar oud kwebbelwoord

De eerste aflevering te gast bij radio-presentator Frits Spits

Voor het NPO radio 1 programma “de Taalstaat” verzorg ik deze zomer ieder week een Oudnederlandse prijsvraag (“Versta je Oertaal”) waarin een zin uit de actualiteit middels taalreconstructie omgezet is naar het Nederlands van 1000 jaar geleden. Op deze manier wordt nogmaals de aandacht gevestigd op het vermogen van de historische taalwetenschap om de stemmen van een ver verleden tot leven te wekken.

Doordat er zo dus elke week een nieuwe Oudnederlandse zin op de radio te horen is, kunnen de luisteraars zelf ervaren hoeveel er over het Oudnederlands bekend is. Voor veel mensen begint het Oudnederlands namelijk nog steeds met het hebban olla vogala-gedichtje, ondanks dat er veel oudere en grotere teksten in deze taal overgeleverd zijn.


Exotische klanken en grammatica

Het ontcijferen van de Oudnederlandse zin is niet eenvoudig; omdat het verschil in klankstructuur en grammatica tussen de twee taalfases aanzienlijk is, moeten de luisteraars de zin eerst correct uitschrijven. Daarna kunnen herkenningspunten met het Modernnederlands gezocht worden (bv. that = dat, hebban = hebben) die een handvat bieden om de rest van de zin te ontcijferen en zo de kloof van duizend jaar te overbruggen. Hierdoor zijn de gekozen zinnen vaak simpel van structuur en bevatten een redelijke hoeveelheid basiswoordenschat.

Toch leek het me leuk om het niet al te makkelijk te maken en een aantal moeilijk oplosbare woorden in zo’n reconstructie op te nemen. Hier het voorbeeld van de zin van verleden week die uit de speech van minister-president Rutte van 24 juni kwam:

“ik heb het vaker gezegd: ik ben niet van plan om de samenleving te gaan mennen”

Deze uitspraak had ik als volgt naar het Oudnederlands vertaald:

“ic hebbe that mer gikwedan; ic ne hebbe niet githahti that ic thia samanunga mennen sule”

In deze reconstructie kon ik een aantal “vreemde” kenmerken van het Oudnederlands terug laten komen die de luisteraar confronteerden met de exotische kanten van onze taalgeschiedenis.

  • Het voltooid deelwoord gikwedan als vertaling voor “gezegd”
  • dubbele ontkenning met ne…niet
  • Uitdrukking githahti hebban voor “van plan zijn”
  • werkwoordsvorm sule van het werkwoord sulon (= zullen) in de aanvoegende wijs

Oudnederlands “zeggen”

Uit dit lijstje bleek vooral het eerste punt een struikblok; de werkwoordsvorm gikwedan als vertaling voor “gezegd” gaat terug op een Oudnederlands werkwoord kwethan (= zeggen) dat geen moderne nazaten in het Nederlands heeft en dus veel luisteraars voor een raadsel stelde.

In het Nederlands van 1000 jaar geleden was het werkwoord kwethan (stamtijden kwath ~ kwadun ~ gikwedan) echter een normale manier om “zeggen” uit te drukken. In de Oudnederlandse Wachtendonckse Psalmen uit de tiende eeuw lezen we:

wanda quathun fianda min (over) mi (WP 070,10)

“want mijn vijanden spraken over mij”

In het Nederlands van de latere middeleeuwen vinden we ook nog sporen van dit werkwoord. In één van de oudste ambtelijke teksten in de Nederlandse taal, geschreven in Oost-Vlaanderen omstreeks 1254, lezen we:

“De schepenen van Boekhoute groeten alle diegene die deze letteren zien zullen in naam onzes Heeren” (Loey & Obreen 1934: 9)

Hier hebben we echter niet te maken met een directe opvolger van het Oudnederlandse kwethan (= zeggen) maar met een afgeleide woordvorming quedden (= groeten).

Ook uit de andere middeleeuwse Germaanse talen zijn verwanten van deze werkwoordsfamilie bekend. Hier een afbeelding van het trefwoord *kweþan in het Proto-Germaans etymologisch woordenboek van Guus Kroonen (2013).

Kroonen (2013: 319)

Hetzelfde werkwoord is ook bewaard in het Engels in de vrij obscure werkwoordsvorm quoth;

Quoth the Raven: “nevermore” = Sprak de Raaf: “nimmermeer”

Edgar Allen Poe

Natuurlijk ga ik er niet vanuit dat de luisteraar bekend is met deze vormen, maar de rest van de puzzel, vooral de aanwezigheid van het onveranderde werkwoord mennen, bood voldoende aanknopingspunten om het citaat van Rutte te herkennen.


Moderne kwebbelwoorden

Bijzonder aan het Oudnederlandse kwethan is verder nog dat het mogelijk aan de basis heeft gestaan van een aantal werkwoorden die we nog wel elke dag gebruiken. In het taalverleden van het Nederlands bestond namelijk een beperkt systeem van klankassociatie waarin bepaalde expressieve werkwoorden met een bepaalde expressieve beginklank werden geassocieerd. Zo hebben werkwoorden die met gl of met sl beginnen vaak iets te maken met een “gladde” beweging. Denk bijvoorbeeld aan glibberen, glijden, glippen en slippen.

Op dezelfde manier heeft het Nederlands ook een reeks werkwoorden die met spreken te maken hebben en met kw beginnen. Denk aan kwebbelen, kwelen (uit ouder kwedelen), kwetteren en kwetsen (= dialectwoord voor “kletsen”). Veel is nog onduidelijk over de ouderdom van dergelijke expressieve woordvormingen, maar dat het Oudnederlandse werkwoord kwethan iets met de voornoemde woorden voor “praten” te maken heeft, lijkt zeker.


Fossielen in de taal

In de vorm van kwebbelen en kwelen is er toch nog iets van dat 1000 jaar oude kwethan-woord bewaard gebleven. En dat is een boodschap die ik iedereen wil meegeven; het mooie aan taalgeschiedenis is dat we het verleden van onze taal zonder er erg in te hebben elke dag met ons meedragen. Dat elk woord een versteend stukje prehistorie is dat duizenden jaren teruggaat. Hopelijk kan de Oudnederlandse zomerquiz op de Taalstaat aan de bewustwording hiervan bijdragen.

Tot slot nodig ik de lezer van harte uit de Oudnederlandse prijsvraagzin van deze week te beluisteren. Dat kan hier. Met het juiste antwoord kunt u een reisscrabblespel winnen. Ik heb gekweden.


Bibliografie

Kroonen, G. (2013). Etymological Dictionary of Proto-Germanic, Leiden Indo-European Etymological Dictionary Series, Leiden, Boston: Brill.

Van Loey, A. Clement Henri, & Obreen, H. (1934). De oudste Middelnederlandsche oorkonden voor onderwijs en eigen studies verzameld en naar het oorspronkelijk uitgegeven. Gent: Vanderpoorten.


Noot aan de lezer

Bent u een leerkracht of onderwijsprofessional? Ik heb onlangs een kort educatief filmpje (duurt ongeveer 1 minuut) opgenomen waarin ik de leerling/student/kijker uitnodig om stil te staan bij de ouderdom van alledaagse woorden.

Een gedachte over “Oudnederlands op de radio en een 1000 jaar oud kwebbelwoord

  1. Hm, ‘kwethan’ deed me eerst denken aan ‘weten’, en misschien is het ergens nog overgeleverd in the volkstaal in uitdrukking zoals ‘weten te zeggen’… het is zo’n bedenking dat ik vrij ijlings maakte en allicht daarbij de bal goed en wel missla…

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s