Processies en boete doen in middeleeuws Brabant

Inkijkje in een middeleeuws dorp

Afgelopen jaar ben ik tijdens mijn onderzoek in de Antwerpse en Bergen-op-Zoomse archivalia een aantal keren verwijzingen naar de middeleeuwse kapelletjes en gebedsplaatsen rondom het West-Brabantse dorp Wouw tegengekomen. Alhoewel het hier lokale geschiedenis betreft, bieden deze verwijzingen toch een bijzonder inkijkje in het middeleeuwse dorpsleven van een gewone boerengemeenschap. Dit komt doordat veldkapelletjes zelden in middeleeuwse bronnen worden genoemd en we de religieuze topografie van een middeleeuwse plattelandsparochie dus uit indirecte puzzelstukjes moeten reconstrueren.[1] In dit artikeltje wil ik twee van dit soort puzzelstukjes (afkomstig uit een vroeg-zestiende-eeuws schepenprotocol) presenteren, toelichten en vertalen.[2]

ter oriëntatie, hier een kaartje dat laat zien waar Wouw eigenlijk ligt

Schepenprotocol

Het Wouwse schepenprotocol van 1507-1511 bevat aantekeningen van de schepenbank van Wouw over de rechtspraak en de overdracht van onroerend goed in de heerlijkheid Wouw.[3] De aantekeningen over de rechtspraak zijn natuurlijk het spannendst. Zo lezen we op de eerste pagina van het protocol:

op de negende dag van 1511 zo beloofde Willem Simonssen te betalen aan de schout negen oude schilden ten derde rekening om die reden dat Danckaert zijn zoon een zekere Koeman de Haas met een kan heeft geslagen en ons (de schepenbank) de vrede heeft betaald.”[4]

Hier hebben we dus te maken met de nasleep van een kroegruzie waarbij het tot een handgemeen was gekomen. In de meeste gevallen gaan de schepenbrieven echter om verpachtingen, schuldbekentenissen en verervingskwesties. Dergelijke aantekeningen zijn een stuk minder aangrijpend dan de voornoemde knokpartij van 1511 maar bevatten middeleeuwse veldnamen en gebiedsnamen die hoognodig eens verzameld moeten worden. Om deze reden is een integrale uitgave van deze oudste Wouwse bron zeker een wetenschappelijk desideratum.[5]

band van RAW inv. 1, Wouws Schepenprotocol 1507-1511

De boetegang van 1508

De eerste aantekening van het protocol waarin de Wouwse veldkapellen voorkomen, betreft een belofte tot boetegang tijdens de Sint-Lenardsomgang en de Sacramentsprocessie.[6] Deze boetegangen moesten gedaan worden vanwege het niet kunnen betalen van een gerechtelijke boete en bestonden uit het barrevoets meelopen van de processie met ontbloot hoofd en een wassen paaskaars in de hand.[7] De Sint-Lenardsomgang komen we voor het eerst tegen in een Bergen-op-Zoomse rentmeesterrekening uit 1491 en vond plaats op de zondag voor Pinksteren.[8] Het was een behoorlijke wandeling van vijf kilometer waarin de schuttersgilden van Wouw, Vroenhout en Halsteren meeliepen. Tijdens deze processie werd het heilige sacrament langs de verschillende gebedsplaatsen van de parochie rondgedragen.[9] Bij de gebedsplaatsen moest de boeteling op de grond gaan liggen tot de processie gepasseerd was. Behalve de Sint-Lenardsomgang wordt in de aantekening ook de Wouwse Sacramentsomgang besproken die op de tweede donderdag na Pinksteren plaats had.

De aantekening uit het protocol, waarin de twee boetegangen beschreven worden, luidt als volgt:

Op de 15e april 1508 kwam Adriaan Nelissen als hoofdschuldenaar en Jacop Kourvoet als borgsteller voor de schepenbank en bekende om geheel en ogenblikkelijk de volgende akte gepasseerd te hebben ten overstaan van de drossaard van mijn heer van Bergen. Dit omwille van de volgende zaak dat de drossaard aanspraak maakte op tien zilvermunten ten derde rekening als schuld aan de heer.

En aangezien de drossaard vond dat er niet voldoende betaald is, zo hebben zij beloofd de paaskaars van negen pond te geven. En hij heeft verder nog beloofd dat hij zal komen op de dag van de omgang van Sint-Leonardus in zijn ondergoed en met bloot hoofd en met bloten voeten en hij heeft beloofd dat hij zal liggen op zijn tocht met een wassen kaars in zijn hand eerst op de brede brug (over het Holriet) tot het sacrament gepasseerd is en op dezelfde manier bij de kapel aan het Wouwse veld (bij Spellestraat) en op dezelfde manier bij de kapel van Vinkenbroek en op dezelfde manier bij de kapel waar Anthonis Geertsen woont en dan aan de kerkdeur.

En als het sacrament binnen is dan zal de voornoemde Adriaan binnen gaan met de kaars voor het sacrament en de heiligen die daar zijn en daar opzeggen vijf onze vaders en vijf weesgegroetjes en hetzelfde zal hij doen op de daarop volgende Sacramentsdag, met de kaars te voet het eerste stuk naar de kapel bij Anthonis Geertsen, en het tweede stuk naar (de kapel bij) de weduwe van Anthonis Joosen, en het volgende stuk bij de voornoemde kerkdeur en hij zal weer een kaars van drie pond voor het heilige sacrament zetten met vijf onze vaders en vijf weesgegroetjes of dit te vergoeden.

Dat heeft Adriaan beloofd op het verbeuren van twintig zilvermunten en Jacop Kourvoet als borgsteller en daar belooft Jacop zijn borg schadeloos te stellen.[10]

Alhoewel ook in andere bronnen naar de Wouwse Sint-Lenardsomgang verwezen wordt, biedt deze aantekening ons toch waardevolle nieuwe gegevens.[11] Zo leren we dat de Sint-Lenardsomgang met de klok mee rond de oude Kerkhoven-akker (de latere Omgangsakker) leidde en de eerste stop de brede brug over het Holriet was. Vermoedelijk werd hier halt gehouden vanwege de Kruisstraat (de hedendaagse Donkenweg) die vlakbij deze brug op de Spellestraat uitliep en waar mogelijk toen al een stenen kruis stond.[12] De volgende stop was de kapel bij het Wouwse veld die volgens de parochiekroniek van Hoffman uit 1770 vlak voor de splitsing van de Spellestraat met de Boterstraat stond.

Vervolgens kwam de processie bij de kapel van Vinkenbroek die volgens een kaart uit 1769 op de splitsing van de Boeiinksestraat met de Vinkenbroeksestraat was gelegen.[13] Vanaf Vinkenbroek ging de processie weer richting Wouw, waarna de volgende stop wordt aangeduid als de kapel bij Anthonis Geertsen.[14] Vermoedelijk gaat het hier om de kapel op de kruising van de Bergsestraat met de Plantagebaan die eveneens in de parochiekroniek van 1770 wordt vermeld.[15] Ten slotte eindigde de processie bij de kerkdeur van de Sint-Lambertuskerk.

Sint-Lenardsomgang, Kerkhof 2020. Rivierlopen volgens Leenders.

De tweede boetegang vond plaats op Sacramentsdag en was kennelijk een stukje kleiner dan de Sint-Lenardsomgang.[16] In de aantekening wordt deze processie in drie stukken opgedeeld en worden de gebedsplaatsen kennelijk in een andere volgorde bezocht. De kapel bij de Plantagebaan wordt namelijk hier als eerste punt genoemd en niet als laatste zoals in de Sint-Lenardsomgang. Het tweede genoemde punt wordt aangeduid als “bij de weduwe van Anthonis Joosen”. Vermoedelijk wordt hiermee de kapel bij Vinkenbroek bedoeld alhoewel dat niet helemaal zeker is. Vanaf de kapel van Vinkenbroek kon men in ieder geval via een zandpad dwars door de Kerkhoven-akker terug naar de kerk van Wouw lopen.

Sacramentsomgang, Kerkhof 2020. Rivierlopen volgens Leenders.

De verzoening van 1509

De tweede aantekening uit het Wouwse protocol van 1507-1511 waarin de Wouwse veldkapellen worden genoemd betreft een nog serieuzere zaak; een verzoening na een doodslag. Het volledige verhaal achter de doodslag wordt ons in deze aantekening niet meegedeeld. Wat wel duidelijk wordt is dat deze verzoening na bemiddeling van scheidsmannen tot stand kwam.

Op de 20ste mei (van 1509) zo zijn de scheidsmannen met de familieleden voor de schepenbank gekomen en hebben de verzoening van Geert Wouterssen van Brande bekend gemaakt. Zij zijn minnelijk de volgende verzoening overeengekomen dat er, na aftrek van de uitvaart en alles dat daaraan kleeft, 33 gulden geofferd is.

Hiervan heeft Jan Wouterssen, broer van de dode, dertien gulden aanvaard en Geert Andrijssen als voogd zeven gulden. Verder gaan vijf stuivers naar de kapel aan het veld, vijf stuivers naar de kapel in Haiink en vijf stuivers op de kruisstraat. De resterende vijf en halve gulden die zal de kerk van Wouw hebben. Aanwezig waren de schepenen Adriaan Theunissen en Cornelis Goortsen.[17]

Het feit dat de dader en de broer van de overledene dezelfde toenaam Wouterssen delen, zou kunnen betekenen dat het hier om een uit de hand gelopen broederruzie gaat. Dit zou bovendien verklaren waarom de verzoening zonder tussenkomst van de drossaard plaats kon hebben. De betrokkenen waren dan Geert, Jan en de derde broer als slachtoffer. Vermoedelijk waren de ouders van deze broers niet meer in leven aangezien Jan bij de verzoening vertegenwoordigd werd door Geert Andrijssen als voogd.

                Uit de aantekening leren we dat het zoengeld niet alleen naar de nabestaanden ging maar een deel aan enkele gebedsplaatsen in de parochie toekwam. Genoemd worden de kapel bij het Wouwse veld, de kapel bij Haiink, de Kruisstraat en de kerk van Wouw.[18]

Opvallend is dat in deze schepenaantekening de kapel van Vinkenbroek en de kapel aan de zuidkant van het dorp ontbreken. Dat is vreemd want deze kapellen speelden in de kerkelijke processies van de vorige aantekening nog zo’n grote rol. Dit zou verklaard kunnen worden door aan te nemen dat de offerandes betrekking hebben op een grotere boetegang dan de Sint-Lenardsomgang wat gezien de ernst van het misdrijf begrijpelijk is.[19] Het zou ook kunnen dat het de kapellen zijn waar het zoengeld op de verschillende zoendagen werd betaald.[20] Zeker weten doen we het dus niet aangezien verdere details ontbreken.


De gebedsplaatsen van de parochie Wouw

Dankzij het Wouwse schepenprotocol van 1507-1511 weten we nu dus zeker dat aan het begin van de zestiende eeuw de volgende Wouwse veldkapellen bestonden:

  • De kapel aan het Wouwse veld (bij de Spellestraat)
  • De kapel van Vinkenbroek
  • De kapel aan de zuidkant van het dorp (op de kruising van de Bergsestraat met de Plantagebaan)
  • De kapel van Haiink

Daar kunnen we de kapel van Vroenhout en de kapel van Moerstraten aan toevoegen aangezien deze gebouwtjes op vroeg-zestiende-eeuwse kaarten staan afgebeeld.[21] Ook de kapel van Zaafsel moet ten tijde van het protocol van 1507-1511 al hebben bestaan. We komen het gebouwtje tegen in een Antwerpse schepenaantekening uit 1463 en is daarmee de enige kapel in de parochie Wouw waarvoor we over vijftiende-eeuws gegevens beschikken.[22] Volgens de parochiekroniek van Hoffman stonden er ook veldkapellen bij Westelaar en Wouwse Hil maar of die in deze periode ook al gebouwd waren, is tot dusver ongewis. Ondenkbaar is het echter zeker niet.[23]

Kerkhof 2020. rivierlopen volgens Leenders.

De kapellen vervulden een belangrijke rol in het religieuze leven van de middeleeuwse en vroegmoderne Wouwenaren. In deze kapellen werd op feestdagen de mis gelezen zodat de inwoners van de rond Wouw gelegen gehuchten niet helemaal naar de parochiekerk toe hoefden te lopen.[24] Zeker voor de parochianen die in Moerstraten, Vroenhout of Wouwse Hil woonden, zal dat uitermate welkom zijn geweest.

In de aantekeningen uit het protocol komt ook het belang van de historische Kruisstraat naar voren. Deze straat komen we voor het eerst tegen in een Antwerpse schepenaantekening uit 1438 en had waarschijnlijk in de middeleeuwen al een religieuze betekenis.[25] Dit blijkt ook uit het feit dat zowel een perceel bij het kruis als de percelen van de tegenover gelegen Hoge Braak vrijgesteld waren van het betalen van de kerkelijke tiende-belasting.[26] Volgens een bericht uit 1660 waren de Wouwse parochianen in het midden van de zeventiende eeuw van mening dat hier in vroeger tijd de kerk van Wouw zou hebben gestaan, maar dat lijkt op archeologische gronden onwaarschijnlijk.[27]


Conclusie

Vanuit de boven besproken aantekeningen uit het Wouwse schepenprotocol krijgen we een uniek inkijkje in het dorpsleven van het laatmiddeleeuwse Wouw. We vinden er een beschrijving van de looproute van twee kerkelijke processies en verwijzingen naar de rol die de kapellen speelden bij de afhandeling van wereldlijke boetes en verzoeningen. Het beeld dat we hieruit krijgen is dat van een uitgestrekte parochie waarvan de Sint-Lambertuskerk het middelpunt vormde maar de verscheidene veldkapellen eveneens groot belang werd toegedicht. En iets dat nog een stukje bijzonderder is; we zijn deelgenoot geworden van enkele dramatische episodes uit het leven van West-Brabanders die meer dan 500 jaar geleden geboren waren.

West-Brabants veldkapelletje op een kaart van het markiezaat, ca. 1550

Noot aan de lezer en dankbetuigingen

Dit artikeltje verschijnt ook in het septembernummer van 2020 van het Wouwse heemkundetijdschrift “Heemkundekring Wouw De Vierschaer”.

Bijzondere dank aan K.A.H.W. Leenders voor onze correspondentie over dit onderwerp. Dank aan R. Hermans en J. Spijkers voor commentaar en advies.


Bibliografie

ARAA = Ancien Régime Archief van de stad Antwerpen, Schepenregisters, inv. SR 25, Schepenregister 1438
inv. SR 66, Schepenregister 1463.

CKRA NB = Collectie Kaarten van het rijksarchief Noord-Brabant, inv. 163, Kaart van het tweede deel van de tiende onder Wouw, Heirel, Moerstraten, Nassau en Cruysland toebehorende aan de abdij van sint Bernard.

Delahaye, A. (1975). ‘Hoffmans’ vertellingen over de parochie van Wouw’. Publikaties van het archivariaat “Nassau-Brabant” 29.

Glaudemans, C. (2004). Om die wrake wille : eigenrichting, veten en verzoening in laat-middeleeuws Holland en Zeeland. Haarlem: Historische vereniging Holland.

Van Ham, W.A. (1979). ‘Dorp en dorpsleven in middeleeuws Wouw’. In: De Heren XVII van Nassau Brabant; publikaties van het archivariaat “Nassau-Brabant”, 315-336.

Van Ham, W.A. (1980). ‘II. Wouw in de Middeleeuwen’. in: A. Delahaye, W.A. Van Ham en J.H.F. Bos (eds.), Woide…die Wouda; opstellen over de geschiedenis van Wouw, 41-152.

Van Ham, W.A. & J.H.F. Bos. (1980). ‘IV. Geschiedenis van de St. Lambertus-kerk.’ In: A. Delahaye, W.A. Van Ham en J.H.F. Bos (eds.), Woide…die Wouda; opstellen over de geschiedenis van Wouw, 265-351.

Van Hoek, F. (1943). ‘Jaarboeken der parochie Wouw II.’ Taxandria; tijdschrift voor Noord-Brabantse geschiedenis en volkskunde 50, 73-95.

Kerkhof, P.A. (2020). ‘Waar stond de Vinkenbroekse kapel.’ Schatten van het Nederlands

(nog te verschijnen) Kerkhof, P.A. (2020). ‘De middeleeuwse veldnaam abdije tussen Wouw en Roosendaal en het klooster van Sint-Catharinadal’. Jaarboek De Ghulden Roos.

KRR BoZ = Kaarten raad en rekenkamer Bergen op Zoom, Inv. ARR-D1 Figuratieve kaart van West-Brabant, midden 16e eeuw (ca. 1545-1550).

KRR BoZ = Kaarten raad en rekenkamer Bergen op Zoom, Inv. ARR-D4 Kaart van de grenspalen tussen Halsteren, Moerstraten en Wouw enerzijds en Steenbergen en Roosendaal anderzijds.

Mosmans, A.G.J. (1938). ‘Processie te Wouw in 1619’. Taxandria; Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis en Volkskunde 45, 46.

RAW = Rechterlijk archief Wouw, inv. 1, Schepenprotocol 1507 (1 jan)-1511 (9 oktober).

RAW = Rechterlijk Archief Wouw, Processtukken, 1601-1803, inv. 115 Evert Valckenier, 1610 – .

Schijven, J. (1988). ‘De St. Bernaardsabdij en het Landboek van Judocus Bal (II).’ Tijdschrift Heemkundekring de Vierschaer Wouw, Jaargang 6, aflevering 3, 23-30.


Eindnoten

[1] Het eerste min of meer volledige overzicht van de religieuze topografie van de parochie Wouw komt uit de Latijnstalige pastoorskroniek van Hoffman (1770), uitgegeven door Van Hoek (1943) en later vertaald door Delahaye (1975). Hoffman bericht dat de veldkapellen in zijn tijd in verwaarloosde staat verkeerden wat begrijpelijk is na de wegval van het onderhoud na 1648.

[2] Dit document bevindt zich in het West-Brabants Archief en staat gearchiveerd onder RAW (Rechterlijk Archief Wouw) inv. 1.

[3] Aangezien Wouw een eigen heerlijkheid was, beschikte de dorpsgemeenschap over een eigen schepenbank. De schepenbank sprak recht op de ‘vierschaer’, een rechtbank die zich op dezelfde plek als het achttiende-eeuwse raadhuis bevond.

[4] Deze aantekening bevindt zich op f. 1 verso van GAW inv. 1.

[5] In deze behoefte hoop ik op korte termijn te kunnen voorzien. De transcriptie is vermoedelijk voor het einde van 2020 voltooid.

[6] Van Ham heeft in een artikel uit 1979 (332-333) al kort op het bestaan van deze aantekening en de relevantie voor de aanwezigheid van de middeleeuwse kapellen gewezen zonder in te gaan op de details.

[7] Van Ham (1979: 332) lijkt vanwege de moeilijke leesbaarheid aangenomen te hebben dat de boetegang met een blok aan het been plaats had. Aan deze veronderstelling ligt een verkeerde lezing ‘blocken’ ipv. ‘bloeten’ ten grondslag.

[8] Volgens de rekening had in 1491 de heer van Bergen op Zoom de processie met zijn gevolg meegelopen en de paaskaars geofferd (zie Van Ham 1980: 124).

[9] Een andere verwijzing naar de Sint-Lenardsomgang bevindt zich in een vroeg-zeventiende-eeuws processtuk: “anno 1619 soo heeft de groote ommeganck weder gegaen voer de ierste reyse lancx Vinckelbroeck met menichte volcx ende vier gulden, die waren den ed hantboge van Sine Sebastiaen alhier, alsoock de cruysboge van alhier, item den hantboge van Halteren ende den cruysboge van Vroenhout..” (geciteerd in Mosmans 1938: 46)

[10] Deze aantekening bevindt zich op f. 45 recto van GAW inv. 1.

[11] Voor de vroeg-zeventiende-eeuwse beschrijving van de processie zie noot 10. De processie wordt ook beschreven in het landboek van Judocus Bal uit 1660 (bewaard in een 18e-eeuwse kopie) waar het volgende wordt gesteld: “In het 15 parceel thienden onder Wouwe, genaemt den Ommeganck ofte Kerck-hoven-acker, uijt reden dat de Kerckce hier eertijden heeft gestaen, gelijck voorschreven is ende dat Sincte Lenaerts Processie ’t Sondags voor Sinxen rontsom dese Tiende plachte te gaen, sijn Thiende-vrije de naer-beschreven partijen van landen.” (voor de uitgave van de tekst, zie Schijven 1988: 35).

[12] In de parochiekroniek van 1770 wordt gesproken over een kruis van witte steen tussen de kruising met de Boterstraat en het dorp (zie Delahaye 1975: 27).

[13] Deze kapel staat afgebeeld op een kaart van de tiende van Sint-Bernard uit 1769 die overgeleverd is in een kopie uit 1817 (CKRA NB inv. 163). Zie ook Kerkhof (2020).

[14] De tocht van Vinkenbroek naar Wouw over het zandpad van de historische Bulkstraat was doorgaans een modderige bedoening, zoals blijkt uit de volgende beschrijving van de processie in het eerder geciteerde bericht uit 1619: “..ende de straten waeren (in 1619) soo drooch midts de voors droochte dat men droochschoens doer den Bolcke conste gaen.”

[15] Zie Delahaye (1975: 26-27).

[16] Vermoedelijk werd daarom de Sint-Lenardsomgang “de groote ommeganck” genoemd (zie noot 10).

[17] Deze aantekening bevindt zich op f. 96 recto van RAW inv. 1.

[18] Volgens dezelfde kaart uit 1769, waarop de Vinkenbroekse kapel staat afgebeeld, bevond de kapel van Haiink zich op de kruising van de Huibergsestraat met de Bulkenaarsestraat. Uit de parochiekroniek van Hoffman leren we dat het gebouwtje in de achttiende eeuw onder een lindeboom stond (zie Delahaye 1975: 25).

[19] Uit een protocolaantekening van de 9e mei 1507 leren we dat de zoon van Herman Noyts als boetedoening voor een doodslag op bedevaart naar Rome moest (RAW inv. 1, f. 16r). Dan lijkt een boetegang langs de Wouwse kapellen voor een doodslag binnen de familie opvallend mild.

[20] Zie Glaudemans (2004: 227) voor de relatie tussen de kerk en het zoengeld.

[21] Voor de vroegmoderne verwijzingen naar de kapel van Vroenhout, zie mijn artikel over het klooster van Sint-Catharinadal dat dit jaar in Jaarboek de Ghulden Roos verschijnt (Kerkhof 2020). De kapel van Moerstraten staat afgebeeld op KRR BoZ ARR D-1 en de kapel van Vroenhout op KRR BoZ ARR D-4.

[22]Op I stede met huijse hove lant gront etc houdende tsamen omtrent iii gemeten gestaen tsaeftels voirs bijde capelle aldaer”, Zie ARAA inv. SR 66, f. 007r.

[23] Van Ham (1980: 127) maakt verder nog gewag van een Wouwse kapel gewijd aan Sint-Quirinus bij een verder ongespecificeerde “Capellehoek” maar geeft geen referentie naar een middeleeuwse bron waarin deze kapel of het microtoponiem gevonden kunnen worden.

[24] Hoffman bericht in zijn parochiekroniek (1770) dat het de gewoonte was om in de kapellen van Oostelaar, Westelaar en Zaafsel dikwijls de mis te lezen of kerkdiensten te houden. In de kapel van Haiink werd volgens Hoffman op feestdagen de mis gelezen en over de kapel van Vroenhout wordt vermeld dat ze in ieder geval geschikt was voor dergelijke diensten (zie Delahaye 1975: 25-26).

[25] Verkoopacte in het Antwerps Schepenregister van het jaar 1438 (ARAA SR 25, f. 613).

[26] In het landboek van Judocus Bal lezen we: “Hoe desen vrijdom gekomen is, en weet men niet vast. D’Opinie is, ’t selve geschiet te sijn door het versetten van de Kercke. Dese Kercke, soo wordt gesustineert heeft eertijts gestaen op d’Hooge Braecke, sijnde een groot stuck lants, gelegen aan de noord-sijde van het Dorp aan de herbaene van Roosendael, bij de Linde-boom in ‘t hoogste van Wouw…” (zie Schijven 1988: 34).

[27] Zie Van Ham & Bos (1980: 267) voor de beschrijving van de vondsten van een oudere voorganger van de Sint-Lambertuskerk bij het herstel van de kerk in 1947. Het is echter wel mogelijk dat op de Hoge Braak in vroegere tijden een oudere kapel heeft gestaan die later vervangen is door de kapel bij het Wouwse veld van Spellestraat. De plaats van de oude kapel zou sindsdien gemarkeerd kunnen zijn door een stenen kruis. Bij wijze van alternatief is het ook voorstelbaar dat het stenen kruis op de kapelrie van het Heilige Kruis is gebouwd dat ook in deze hoek bij Spellestraat lag.

Een gedachte over “Processies en boete doen in middeleeuws Brabant

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s